Hubrecht Duijker schrijft

Lentefruit uit onbekend Gaillac

Je moet eigenlijk in Toulouse of elders in het Franse zuidwesten wonen om de wijnen van Gaillac te kennen. Want buiten de eigen regio worden ze slechts mondjesmaat verkocht. Waarschijnlijk heeft dat niet zozeer te maken met de betrekkelijk beperkte productie – de hele streek telt zo’n 2500 hectare wijngaarden, ongeveer net zoveel als Sancerre – maar vooral met het caleidoscopische karakter van zijn wijnen. Binnen de 73 gemeenten die samen het herkomstgebied vormen worden namelijk zeer uiteenlopende producten gemaakt. Van wit bijvoorbeeld bestaan een stuk of tien varianten: stil, parelend en mousserend, en dat in verschillende graden van zoetheid. Bovendien gebruikt men niet alleen gerenommeerde, kosmopolitische druivensoorten, maar altijd ook regionale rassen als witte len de l’el en blauwe braucol. Van een duidelijk, herkenbaar imago is dus geen sprake. Voor het veroveren van markten betekent dat een handicap, maar het nodigt natuurlijk wel uit tot avontuur.

Gaillac ontleent zijn naam aan een stokoud stadje langs de Tarn, 50 kilometer ten noordoosten van Toulouse. Mede dankzij een in 914 gestichte benedictijner klooster (nu een riant wijnmuseum) fungeerde Gaillac als rustplaats voor pelgrims op weg naar Santiago, en dankzij zijn ligging op het verst bevaarbare punt vanaf Bordeaux werd het een belangrijk handelshaven. Lokale wijnen gingen via de rivier zelfs naar het Engelse hof. Vanaf 1253 bestelde Henry III jaarlijks twintig vaten, en drie eeuwen later zette Henry IV die traditie voort. De eerste kwaliteitsnormen voor wijn werden in de 13e eeuw vastgelegd, en later brandde men op de vaten als waarmerk de haan van het stadswapen. Vandaar dat Gaillacs wijnen lange tijd bekend waren als ‘vins du coq’. In de 16e eeuw had de plaatselijke wijnbouw zich ontwikkeld tot een bloeiende industrie, en kon een kanunnik over de inwoners schrijven:’Ze zijn erg ijverig, in meerderheid vind je hier wijnboeren en kuipers’. Maar eerst de druifluis, allerhande crises en opkomende concurrentie uit vooral het Franse zuiden betekenden dat Gaillac als wijngebied vanaf eind 19e eeuw tot ver in de 20e grote problemen onderging.

Dankzij allerhande initiatieven, waaronder de creatie van drie coöperaties en het vervangen van veel witte variëteiten door blauwe, krabbelde de streek weer terug uit het dal. Bovendien verscheen een jonge, dynamische generatie wijnbouwers op het land die de wijnen eigentijdser en minder rustiek wist te maken dan voorheen. Nogal wat rode Gaillacs zijn daarom lekker fruitig, en fris geschonken ideaal om op een mooie lentedag te serveren bij onder andere charcuterie (ham, worst paté, rillettes, etcetera), lasagne, pizza, lamskoteletten en jonge kazen. De 2005 van Château Lastours – een melange van braucol, cabernet sauvignon, merlot en syrah – doet denken aan een vlezig type Beaujolais met vooral aardbeien in zijn aroma en een vleugje specerijen (€5,85).

Rode en zwarte vruchtjes plus een subtiele kruidigheid typeren de zeer soepele Cuvée des Drilles 2005 van Domaine d’Escausses, een streekblend van duras en braucol (€5,95). Ook droge witte Gaillac kan fungeren als haantje de voorste in het voorjaar, met als prettig voorbeeld de sappige, pittig frisse Les Graviers Blanc 2006 van Château Lastours, een wijn die zowel fruit heeft als wat kruiderij (€5,55).

Voor Domaine d’Escausses: Gaillac-specialist Car L’Eau | www.carleau.com

www.hubrechtduijker.com

Trackbacks Reacties
Geef een reactie